|
Zelf Dahlia's kweken
Bij diverse Amateurtuindersverenigingen worden door de leden Dahlia's gekweekt. Dit gebeurt vaak op kweekbedden van ongeveer 5 meter lengte bij een breedte van 1.20 meter. Bij de diverse tuinverenigingen en Dahliaverenigingen kunt u zich daarvan in de zomer vergewissen. De totale beschikbare oppervlakte is daarbij dus per kweekbed: 500x120 cm =60000 cm2. Je kunt daarop dan ongeveer planten: 46 kleinbloemige planten, 36 middelgroot bloemige planten en 28 grootbloemige planten. De verschillen in aantallen hebben te maken met de grootte van de afzonderlijke gewassen per soort. Daarbij is de voedsel- en waterbehoefte leidend. Als stelregel kan men hanteren, dat de bloemgrootte van de soort de kweekruimte bepaalt.
Kweekbedden Dahlia's tuin Ons Genot 2002
Plaats de stekken gelijkmatig over het kweekbed een indeling van 2 evenwijdige rijen bevalt het beste. Het vergemakkelijkt het onderhoud en geeft de planten meer lucht en licht bij de opgroei. Plaats eerst een pootlijn in de lengte van het kweekbed en poot de stekken in de rijen op een afstand van ongeveer 23 tot 37 centimeter. Houdt tussen de rijen zelf een afstand van ongeveer 40 centimeter aan. Begin met twee planten aan de kop van het kweekbed. Blijf daarbij ruim binnen de zijkanten van het denkbeeldige nog aan te brengen steunmateriaal, waarvoor u ook weer gaas kunt gebruiken. Het zogenaamde Chrysantengaas is daarvoor doelmatig. Beter is het echter speciaal daartoe vervaardigd gaas met vakken van 20x17 cm te gebruiken voor de grootbloemige soorten.
Dahlia's op de rij
Ga door met het planten tot u alle stekken hebt geplant. Ook de Dahliastek moet u voldoende aandrukken bij het planten, waardoor deze beter aan zal slaan. Geef ze na het planten altijd ruim water. Herhaal het water geven tot er van een duidelijke groei sprake is. Bij voortdurende droogte is het goed eenmaal in de week het kweekbed door en door nat te maken. Doe dat het liefst 's morgens, zodat het gewas voldoende kan drogen. Bevloeien van de grond is beter dan het natspuiten van het hele gewas. Teveel water geven bij warm weer heeft echter tot gevolg, dat de planten erg vroeg aan de bloei toe zijn. Dit gebeurt nogal gauw bij de kleine en middelgrote soorten. Voor de vaas op tafel is dat leuk, maar voor een kweker, die naar een tentoonstelling toewerkt is dat verschijnsel minder plezierig. Overigens zijn er ook flink veel amateur Dahliakwekers, die niet met stekken werken. Zij plaatsen elk jaar opnieuw een hoeveelheid overjarige knollen op hun kweekbedden. Over het algemeen kun je er van uit gaan, dat knollen meer gewas gaan geven dan bij het werken met stekken. Daarom is het verstandig de te planten knollen wat meer ruimte te geven. Ga er bij dat planten maar vanuit dat een afstand tussen de knollen van 45 tot 50 centimeter doelmatig is. uiteraard is het nodig de kweekgrond tevoren goed open te werken en gelijktijdig te bemesten met wat organische mest. Greco-, Culterra en Koemestkorrels zijn daarvoor doelmatig en gemakkelijk toepasbaar. De knollen dienen wat verdiept te worden ingegraven. Een klein stukje van de oude bloemstelen mag dan maar zichtbaar zijn. Het planten van de knollen kan anders dan bij het poten van stekken (ongeveer vanaf half mei) al vanaf eind april plaats vinden. Na een paar weken zullen de knollen een nieuw wortelgestel aangemaakt hebben en verschijnen de eerste nieuwe groeischeuten. Deze kunt u gewoon laten doorgroeien als het er niet teveel op een knol worden. Teveel scheuten zal de groei en bloei daarna niet ten goede komen. Haal desnoods een aantal weg door deze af te snijden danwel af te knippen. Zo krijgen de overige scheuten wat meer kans om goed te ontwikkelen en later bloemen te geven. Indien er weinig groeischeuten opkomen, top deze scheuten dan omstreeks het moment, dat ze 10 of iets meer bladparen hebben. Vanuit de oksels van de bladeren ontwikkelen zich daarna de bloemscheuten waar het later om gaat.
Hoe te bemesten en hoe verzorgen we de grond In zijn algemeenheid kan gesteld worden, dat de kweek van Dahlia's bemestingstechnisch gesproken overeenkomt met die van de Chrysant. (zie hiervoor hetgeen bij de kweekbeschrijving van de Chrysant is vermeld) Voor beide geldt, dat een overbemesting met stikstof niet wenselijk is. Je krijgt daardoor te slungelige stelen en te losse bloemen, die ook eerder smetten. Dit geldt overigens niet voor de beginfase van de groei. Daarbij is vaak een extra stikstofgift van belang om de bladvorming op gang te helpen. De planten zullen daardoor in het vervolg wat groter worden. Teveel stikstof in het verdere verloop van de groei belemmert bij de Dahlia ook vaak een goede knolvorming. Wees er dus voorzichtig mee. Als u het toch wilt toepassen, gebruik bijvoorbeeld dan magnesiumsalpeter. Een goede bemesting vervolgbemesting kan bestaan uit bijvoorbeeld DCM Mix2, Culterra. Greco, gedroogde koeimest, stikstofarme kunstmest etc. Pas bij het toepassen van kunstmest wel op voor verbranding, breng het niet aan op de planten, maar tussen de planten. Doe dat in kleine hoeveelheden en spoel de meststof altijd in met ruim water. Verder is het zaak de toplaag steeds luchtig en onkruidvrij te houden. Ga daarmee door tot de planten het gehele kweekbed bedekken. Onkruid krijgt dan geen kans meer. Teveel grondbewerking kan wortelbeschadiging tot gevolg hebben. Als de planten flink aan de groei zijn, dan zult u vlak onder de oppervlakte al snel een flinke beworteling aantreffen. Beschadig deze wortels zo min mogelijk. Voorzichtigheid is dus ook hier de moeder van de porseleinkast.
Het planten, toppen en dieven van de Dahliaplanten De Dahliastekken kunt u ongeveer vanaf half mei in de volle grond plaatsen. Dan is veelal de kans op nachtvorst voorbij. Dreigt er toch nog nachtvorst zorg dan voor een nachtbescherming d.m.v. omgekeerde potten of een stuk noppenplastic. Omstreeks half tot eind juni zijn de planten zover aan de groei, dat ze kunnen worden getopt. Doe dit echter pas wanneer er minimaal 6 zijbladen aan de plant zitten. Uit de oksels van de zijbladen ontwikkelen zich straks de bloemtakken. Bij 6 bladen zijn we dus redelijk verzekerd van een voldoende aantal bloemtakken. Meer bladen aan de stek bij het toppen geven dus ook meer bloemtakken. Bij de kleine en middelgrote soorten kan dit een voordelige zaak zijn. Naast de te verwachten hogere opbrengst van de zogenaamde "eerste snee" zullen de bloemen zich ook wat trager ontwikkelen. Daardoor wordt het aansturen op de tentoonstelling(en) wat beter in de hand te houden. Bij de grootbloemige soorten moeten we echter slechts maximaal 6 tot 8 bloemtakken per plant laten opkomen. Meer bloemstelen zal de ontwikkeling van de eerste snee te ver vertragen. U loopt dan kans de bloemen na de tentoonstelling pas snijdbaar te hebben. Daar heeft u dus weinig aan. Na het toppen verschijnen in de bladoksels de bloemstelen. Deze kunt u onbeperkt laten doorgroeien tot ze een hoogte hebben bereikt van ongeveer 75 cm.
Het plaatsen van steunmateriaal en de begeleiding van de planten Plaats op dat moment of kort daarvoor het steungaas boven het kweekbed. Voor het ophouden van het steungaas dient u voldoende stormvaste paaltjes te gebruiken. Gebruik het liefst ijzeren of andere metalen paaltjes. Houten gaat ook wel, maar die zijn in de praktijk te snel aan rotting onderhevig. De palen en het gaas kunt u aanbrengen, zodra de planten het kweekbed als het ware bedekken. Eerder plaatsen mag wel, maar maakt het onderhoud moeilijker. Het plaatsen van het gaas is een handigheid, die u snel onder de knie zult krijgen. Op het kweekbed plaatst u palen iets binnen de denkbeeldige grens van het gaas. Per kweekbed van 5 meter kunt u volstaan met 6 palen. Twee stuks aan elke kop en twee stuks in het midden. Span het gaas vervolgens over de palen en borg het dmv een borgdraadje op elke paal. Houdt voor de koppen van de bedden iets meer gaas over. Dit kunt u naar beneden omvouwen en met de uiteinden aan de koppalen bevestigen. Zo maakt u een soort kooitje, waabinnen de bloemstelen volop steun kunnen vinden. Dit voorkomt het naar buiten groeien van de kopplanten, die door wind en regen anders te gemakkelijk af zullen glijden naar een laag bij de gronds nivo. Als hoogte voor het gaas kunt u 75 cm aanhouden. Eventueel dient u dit later omhoog bij te stellen voor hoog opgroeiende soorten.
Gaas is aangebracht
De plaatsing is eigenlijk identiek aan die bij de Chrysant. Zorg er ook hier voor, dat er geen stengels in de verdrukking komen en geleidt ze voorzichtig door een gaasopening. Dit met de hand geleiden blijft u doen tot alle bloemstengels door het gaas zijn gegroeid. Na nog een paar weken zijn de bloemtakken zover gegroeid, dat de eerste knopjes tevoorschijn komen. Direct daarop verschijnen in de bladoksels van de bloemtakken de eerste diefjes. In de praktijk zult u alle diefjes tot aan of t/m het vierde bladpaar, gezien vanaf de hoofdknop, moeten verwijderen. Dit wegnemen gebeurt weer op de gebruikelijke manier door het diefje tussen duim en wijsvinger te nemen en schuin naar beneden af te breken. Dit geldt ook voor de twee bloemknopjes, die zich naast de hoofdknop ontwikkelen. Als u de diefjes toch perse wilt afknijpen. Doe dit dan zo vlak mogelijk op de hoofdstam af. Slecht afknijpen heeft weer die treurige "vlaggenstokken" tot gevolg. Ga door met dit dieven tot u alle bloemstelen hebt gehad. Intussen zullen zich de eerste bloemen vormen. Dit is vooral bij de kleinbloemige en bolvormige soorten het geval. Overigens kunt u bij veel soorten het arbeidsintensieve werk van dieven gewoon overslaan. Dat is zeker niet nodig als u gewoon voor thuis in de vaas of in een bloemstuk kweekt. Kwaliteit is dan niet zo nodig. Redelijke kwaliteit en vooral een ruime bloemkeuze is dan meer van belang. Aan u dus de keuze.
Het snijden van de bloemen De eerste bloemen kunt u dus gaan snijden. Het is dan omstreeks half augustus, of wat eerder of later. Snij de bloemen het liefst met een scherp mes. Een simpel maar wel scherp aardappelschilmesje is in de meeste gevallen het best bruikbaar. Doe dat nooit overdag met de volle zon erop. Beter is het met het snijden te wachten tot na 4 uur in de middag. Houdt voldoende steellengte aan. Snij de bloem echter niet te diep. Aan de bloemtak moet u namelijk minimaal 1 bladpaar laten zitten. Dit is meestal het zesde of vijfde bladpaar van bovenaf gezien. Uit de bladoksels ontwikkelen zich daarna snel weer nieuwe bloemtakken, die na de eerder aangehaalde behandelingen later weer nieuwe bloemen zullen leveren. Dit is vooral bij de kleinbloemige soorten vaak het geval. Bij de middelgrote soorten lukt de ontwikkeling soms nog net. Bij de grootbloemige soorten kunt u het echter wel vergeten. De tijd is tekort om nog met een redelijke kans een tweede productie te verwachten. De grootbloemige soorten kunt u dus met een wat langere steel afsnijden. Dat komt trouwens mooi overeen met de grootte van de bloem. Klopt dat even mooi! Thuisgekomen kunt u de bloemtakken voor u deze in een vaas plaatst het best nog even aansnijden met een scherp mes. Hoe scherper het mes, hoe beter straks de wateraanvoer naar de bloem zal verlopen. Let daar dus goed op. Dit snijden voor "eigen gebruik" kunt u aanhouden tot minimaal een week voor de eerste tentoonstelling. In het algemeen geldt als stelregel, dat een Dahliabloem zich tien dagen na het verschijnen van de eerste kleur in de knop tot rijpe bloem zal hebben ontpopt. De meeste bloemen houden het een vijftal dagen uit op vaas. Sommige soorten lukt het zeker 7 dagen toonbaar te blijven! De Dahlia is dan ook bij uitstek een gelegenheidsbloem. In de korte verschijningsperiode produceert hij echter een breed pallet zeer aansprekende bloemkleuren en vormen. De Dahlia is daardoor zeer geschikt als tentoonstellingsbloem. Daarvoor gebruiken we hem dan ook met veel plezier!
Bloemen zijn gesneden
Het snijden voor de tentoonstelling Het snijden van de Dahliabloemen gebeurt altijd een dag voor de opbouw van een tentoonstelling. Snij de bloemen zoals eerder gesteld altijd na vier uur 's middags of als u er veel moet snijden vanaf de vroege ochtend. De bloemen kunnen het best op soort in een ruime bloemenemmer worden geplaatst. Ga door met het plaatsen in een emmer tot deze strak vol is. Zorg er altijd voor, dat alle bloemstelen water aan kunnen zuigen. Gebruik altijd schoon water. Het aanbrengen van houdbaarheidsmiddel in het water kan wel maar is niet strikt noodzakelijk. Schoon water gebruiken is vaak voldoende voor het doel. Een druppeltje chloor in het bloemwater voorkomt de bacterieontwikkeling en is daarom vaak aan te bevelen. U kunt daarvoor ook chloortabletten gebruiken.
Ons Genot 2002 bloemstukken in hal
Het verwerken van de bloemen in showstukken of in vazen De Dahlia's worden bij tentoonstellingen opgewerkt in bakken van verschillende aard. Zorg, dat deze bakken er voor het gebruik eerst goed gereinigd worden. Doe dit met schoon water en een chloorhoudend wasmiddel. Dit geeft een zekere ontsmetting en voorkomt teveel bacterie groei. In de bakken plaatsen we tevoren oasis. Plaats de oasis zodanig, dat het strak in de bak zit, 2 of 3 centimeter boven de rand van de bak uitsteekt en er voldoende gietruimte overblijft om later het bloemstuk water te kunnen geven. Laat de oasis eerst goed volzuigen met schoon water. Dwing de blokken niet onder water. Laat ze gewoon van onder af volzuigen. De oasis is met een flink mes gemakkelijk in de gewenste vorm te snijden. Ga nooit proppen met oase, want dat vermindert later de water doorlaatbaarheid. De bloemen kunnen daar hinder van ondervinden. Voor het plaatsen van de bloemen in de geplande showstukken of in de vazen, dient u de stelen altijd nog eenmaal schuin aan te snijden. Doe dit met een scherp mes. Hoe scherper hoe beter stelden we reeds. Verwijder al het overtollige blad onderaan de steel. Veelal zijn drie of vier overblijvende bladparen, gezien vanaf de bloem, voldoende. Zorg er altijd voor, dat er geen blad in het water terechtkomt. Dit blad gaat vrijwel altijd snel tot rotting over. Met alle gevolgen van dien. Bij het opsteken van bloemen in een showstuk met oasis dient u de bloemtak altijd stevig en voldoende diep te plaatsen. Dit bevordert de aanzuigcapaciteit van de bloemsteel. Ondiep plaatsen zal vaak snel het slap hangen van een aantal bloemen tot gevolg hebben. Deze dienen in voorkomende gevallen voorzichtig uit het bloemstuk te worden verwijderd en opnieuw te worden aangesneden. Herplaatsen op de juiste wijze is daarna de volgende stap. Meestal zal de bloem daarna in korte tijd herstellen. Let er bij het maken van showstukken of het plaatsen in vazen op, dat de bloemen u altijd aankijken. Een lichte draaiing van de bloemtak heeft vaak het gewenste gevolg. O ja, doe uzelf en anderen een plezier. Verwijder altijd eventueel nog aanwezige dieven uit de bladoksels. Doe dit ook als de bloemen niet van u zelf zijn! Dit na te laten komt de show zeker niet ten goede! Werk het met Dahlia's opgemaakte stuk als laatste af met wat geschikt bijmateriaal, wat u voor dat doel tevoren heeft verzameld. Takjes en bladeren met een lange houdbaarheid zijn daarvoor goed te gebruiken. Denk daarbij aan Hedera, Acuba, Conifeer, Ledervaren etc.
Hoe kom je aan Dahliastekken Bij de meeste bloemenzaken zullen vanaf het voorjaar Dahliaknollen ter verkoop worden aangeboden. Deze knollen zijn echter meestal alleen geschikt voor plaatsing in de border. Goede en eenvormige snijbloemsoorten zitten er vaak niet bij. Voor de juiste planten ben je dus al gauw aangewezen op een stekkenkweker. Deze Dahliastekken kwekers zijn in Nederland echter met een lampje te zoeken. Echter niet gewanhoopt. Er zijn enige adressen bekend alwaar u informatie over Dahliastekken kunt verkrijgen. Met een beetje geluk kunt u daar ook zelfs de reeds lang door u verlangde soorten verkrijgen. Fijn toch! Deze adressen zijn:
Dahliakweker Geerlings zal u desgewenst van de benodigde stekken voorzien. De stekken zijn vaak iets duurden maar worden veelal op kluit geleverd. Via het internet kunt u hem bereiken.
De nieuwste ontwikkeling is de mogelijkheid via het internet zelf Dahlia knollen te bestellen. Dat kan via de website van Verberghe maar ook in Duistland kunt u tegen redelijke prijzen wat knollen bemachtigen. Tegen zeer concurrerende prijzen kunt u daar een flink aantal soorten bemachtigen.
Nieuw binnen de groep leveranciers is de heer Van Nuland. Vanaf 2005 zal hij u van de gewenste stekken voorzien. Inmiddels heeft hij een catalogus uitgegeven. Desgewenst kunt er 1 of meer exemplaren van verkrijgen middels een email bericht daartoe te versturen naar info@qplants.com. In 2005 start hij samen met zijn compagnon ook een website onder de naam qplants.com. Om onduidelijke redenen is deze website helaas niet meer bereikbaar.
Top mix geel
Een moeilijke bijzonderheid Dat kan men zeggen van het kweken van Dahlia's op pot. Het is te doen en de resultaten zijn vaak opzienbarend. Het vereist echter onevenredig veel tijd om Dahliaplanten met een tentoonstellingskwaliteit te kweken. Voor dit doel is de zogenaamde Topmix Dahlia bij uitstek geschikt. De goede soorten hebben bloemen met open harten met daaromheen een krans van 8 platte bloemblaadjes. Waar moeten de planten aan voldoen om in de prijzen te vallen? Ga er maar even recht voor zitten! *De inzending moet bestaan uit 3 planten van dezelfde kleur en soort. (Deze eis komt alleen voor als u meedoet aan een kwaliteitskeuring bij een DVU of NDV tentoonstelling) *In iedere pot mag zich slechts 1 plant bevinden.(deze moet van stek af worden opgekweekt) *De potmaat is voorgeschreven op een maximale doorsnede van 18/19 cm. *De vorm van de 3 planten moet nagenoeg gelijk zijn en moet in verhouding staan tot de gebruikte pot. *Er moeten per plant al gauw minstens 25 goede bloemen aanwezig zijn. *De bloemen mogen niet te grof en ongelijk van vorm zijn. *Uitgebloeide bloemen moeten zijn verwijderd. *Per plant moeten er voldoende knoppen achter de bloemen aankomen. *De planten moeten stevig zijn, opbinden met stokjes is uit den boze. *Het blad moet er gezond groen uit zien en moet het liefst tot aan de rand van de pot reiken. *Eventueel verdord blad moet uit de planten zijn verwijderd.
Als je ze zo hebt gekweekt, dan ben je een spekkoper en ding je mee naar de prijzen. Ieder jaar zijn er mensen die het lukt. Mogelijk bent u dit jaar degene, die uw inspanningen met lauwerkransen bekroond zal zien. Probeer het ook eens of weer! Stekken of knolletjes zijn verkrijgbaar op of via de bovenstaande adressen. Nadere kweekinformatie zal desgewenst worden verstrekt. Ook kunt u bij de meeste tuincentra e.d. knolletjes van de Topmix soorten verkrijgen. Het voordeel van het kweken vanaf knol is, dat u veel grotere planten zult verkrijgen. De potmaat 18/19 cm is dan niet voldoende. Beter is een maat van 20 of meer cm te gebruiken. Nadeel ervan is, dat er zich vanuit de knol soms meerdere slappe scheuten zullen ontwikkelen. De plant krijgt dan al gauw een slungelig karakter. Let op Top mix gekweekt van de knol valt vanwege de afwijkende potmaat dan buiten het bestek van het prijsvraagreglement van de DVU) Wij zijn benieuwd of u (nog) eens de stap zult wagen!
Hoe kweek je die planten dan zult u zich afvragen. Welnu start in mei met een aantal schone ompotten van zwart plastic maat 18/19. Vul de potten op met een mengsel van goede potgrond en wat klei. Maak in het midden een pootgaatje en plaats daar de stek in. Druk de stek aan en geef vervolgens de zaak water. Na een paar weken beginnen de stekken te groeien. Top de stekken als ze flink aan de groei zijn en herhaal dit toppen tot aan ongeveer begin augustus. Laat daarna alle scheuten doorkomen en voer alleen nog modelsnoei uit. Geef de planten geregeld extra water en bemesting. Plaats de potten vooral op een zonnige plaats. Dan krijgt u mooie gedrongen planten. Geef bij voorkeur mest met een laag stikstofgehalte. Houdt de planten schoon. Dwz haal dorre bladeren weg en controleer ook geregeld op ongedierte en ziektes. Als alles goed gaat heeft u eind augustus een aantal schitterende planten met veel bloemen en knoppen. We wensen u er succes mee.
Dahlia's rooien en bewaren
![]() Voordat de Dahlia's gerooid gaan worden is het beter een deel van het loof van de plant terug te knippen.
Dit bevordert het afharden van de knol en vergemakkelijkt het rooien zelf.
Door het loof af te knippen wordt deze ontwikkeling versneld. Het is uitstekend verteerbaar en derhalve in korte tijd omgezet in humus.
De nieuwe planten volgend seizoen zullen u er
dankbaar voor zijn. Let op om ziektes te voorkomen dient het loof
wel diep ingespit te worden.
Planten die slecht of openhartig groeiden
kunt u nu achterlaten bij het rooien. Het omgekeerde is echter ook mogelijk. Soms zit er in een kweekbed een
verdwaalde maar leuke soort of een leuke mutant op een soort, waarmee u later verder wilt kweken. Het is dus zaak deze te merken voordat
u begint. Op deze foto ziet u het proces van het rooien van de knollen van de Dahlia's in volle gang. Spit met een riek of spade de knol zoveel mogelijk los uit de grond.Verwijder veel van de aanhangende grond zodat de knol zo schoon mogelijk is voor verdere behandeling.
De oude kraag dient zo ver mogelijk te worden afgeknipt.
Doe dat met bijvoorbeeld een grote of scherpe snoeischaar. De oude steel wordt daarmee tot een centimeter of 3 boven de knollen afgeknipt. Uit die oude kraag groeien straks de nieuwe stekken. Let er op dat u bij het rooien soort bij soort houdt en label daartoe wat knollen met de naam van de soort.
Houdt de soorten
vervolgens goed bij elkaar. Zodoende komt u straks niet in de war bij
het verdere proces.
Voordat de knollen de winterberging in
gaan dienen ze te worden schoongemaakt.
Dit gaat het eenvoudigst met een gewone tuinslang en leidingwater. Met een beetje spuitdruk is de
grond zo weggespoeld en
houdt u schone knollen over.
Deze knollen dienen eerst te worden gedroogd voordat ze definitief worden opgeslagen. Leg de
knollen op de kop het liefst iets verhoogd van de grond.
In een paar dagen zijn de knollen dan voldoende gedroogd en klaar voor de winterberging.
De knollen zijn gerooid,
schoongemaakt en gedroogd. Het is nu zaak ze klaar te maken voor de
winterperiode.
![]()
In dit geval worden de knollen al voorgeplaatst in
de oplegbakken. Op de bodem van de bak komt
een laag potgrond.
De knollen worden
daarop gelegd en vervolgens afgestrooid tot aan de kraag met potgrond.
Per
soort worden een of meer etiketten met de soortnaam
bijgeplaatst. De bakken worden in dit
geval
dus geheel droog opgestapeld neergezet. Het is zaak dat de
knollen voldoende luchtig blijven, zodat
rotting geen kans krijgt.
Tijdens de overwintering is een bewaartemperatuur van omstreeks 6 tot 10 graden prima. Vorst erop en
te hoge temperaturen dienen voorkomen te worden.
Als u de knollen te warm en te droog bewaart loopt u kans, dat ze te ver in gaan schrompelen en zo een
deel van hun
levensvatbaarheid verliezen. Als dat toch het geval is, dan kunt u de zaak
in het voorjaar
nog redden door de knollen een paar uur in een bak met lauwwarm water te plaatsen. Veelal zullen ze
dan weer volzuigen en zien ze er weer als nieuw
uit.
Dat overhouden in oplegbakken hoeft natuurlijk niet. De manier waarop u het zelf doet is afhankelijk
van uw omstandigheden
en van de hoeveelheden die u over wil houden. Over de beste
bewaarwijze
zijn zelfs de grootste kenners het niet eens. Als u rekening houdt met de optimale temperatuur
omstandigheden dan komt u al een
heel eind in de goede richting. Controleer de knollen 's winters wel
geregeld op rotting en ziektes of
ongedierte.
Denk er ook aan, dat muizen en
ratten er dol op zijn.
Dahlia's vermeerderen
Vermeerderen via zaad
Dahlia's vermeerderen kan gebeuren
op een aantal manieren. De eenvoudigste manier is het
vermeerderen via zaad.
![]()
De aardigheid
en tevens moeilijkheid van Dahlia's is,
dat ze multi variabel zijn. Dat houdt zoveel in,
dat als u vijftig zaden uit een zaaddoos van een plant uitzaait, de
vijftig nakomelingen alle vijftig
andere kenmerken hebben.
Zowel de planten als de bloemen zullen er allemaal soms gedeeltelijk
soms helemaal anders uitzien.
Waarom de Dahlia zo variabel is in
zijn voortplanting is niet helemaal duidelijk.
Kennelijk zijn er zes
genen in de DNA vatbaar voor mutaties. De mutaties kans is daardoor heel
hoog.
Het gegeven
schept echter wel talloze mogelijkheden in het kweken van nieuwe
variëteiten.
De huidige duizenden geregistreerde soorten bewijzen dat ten volle. Het zoeken naar nieuwe vormen
en rassen is echter vrijwel geheel
natuur gestuurd. Het gericht kweken ervan komt niet verder dan
bepaalde soorten dicht bij elkaar zetten, waardoor de kans op een gewenste voltreffer wat
vergroot
wordt.
Voor de rest doet de natuur, met name door hulp van bijen en hommels en vlinders etc. zijn werk.
De rijpe zaaddozen
dienen in de herfst gewonnen te worden en op een droge en vorstvrije plaats te
worden bewaard bij een niet
te hoge temperatuur.
In het voorjaar kunt u de zaden in een bak met goede potgrond of zaaigrond voorkweken.
De opgekomen plantjes
kunnen het best zodra ze hanteerbaar zijn worden opgepot in kleine
stekpotjes met potgrond.
Vanaf half mei kunnen de planten buiten op de kweekbedden of in de border als u dat wenst
uitgeplant worden.
Let op dat de slakken gek op jonge
Dahlia's zijn. Neem tevoren maatregelen hiertegen.
Zaaddozen van Dahlia's zien er
veelal op een bepaalde manier uit. Gangbaar is,
dat bijvoorbeeld
openhartige bloemen puntvormige zaaddozen
voortbrengen.
Gevuld bloemige geven zaaddozen met een wat blokkerige structuur. De puntvorm komt er wel bij in
voor, maar dat is dan weer van
knollen die openhartige bloemen produceerde.
Let op, dat alle Dahlia's stammen uit een aantal grondvormen meestal afkomstig uit Midden Amerika.
Deze planten hadden alle niet
alleen soms nietige bloeiwijzen, maar ook allemaal openhartige bloemen.
Door
veredeling en kruisingen zijn in de loop der jaren de huidige rassen
ontstaan.
Dat er nogal wat variëteiten zijn ontstaan kunt u zelf beoordelen in de foto albums bij o.a. Webshots
Vermeerderen via
stek
Hieronder ziet u hoe een aantal
knollen in een kistje worden opgelegd om straks verder zelf stekken
te
winnen.
![]()
Leg in een kistje of bak eerst
een laag goede potgrond. Leg daar
de schonen knollen of tenen op.
Bedek de knollen en tenen verder met
een laag potgrond.
Houdt de veredeling waaruit
straks de stekken ontstaan vrij van potgrond. Plaats deze bakjes
omstreeks eind februari tot
begin maart op een gunstige zonnige
plaats. Geef de zaak geregeld water.
Niet te veel om rotting te voorkomen.
Houdt de kweekruimte op goede temperatuur (minstens 20 graden) en houdt de zaak luchtig.
Dat voorkomt rotting en
dergelijke mindere zaken.
Controleer geregeld of alles goed gaat. Als de stekken verschijnen, dan kunt u deze als ze voldoende groot zijn (minstens 1 bladpaar)
voorzichtig met een scherp mes
vlak bij de kraag afsnijden. De kraag is dan de plaats net boven de
knollen, in feite is het de
oude ingekorte stam van de Dahliaplant.
Verwijder de stekken het
liefst met een scherp mes of voorzichtig met de hand, zodanig, dat
een deeltje
van de kraag meekomt.
Vanuit dat deel wortelt de
stek straks heel gemakkelijk. Desgewenst kunt u de stek in
wortel
bevorderingspoeder dopen, dat versnelt de beworteling in
sterke mate.
Plaats de stekken in een
stekkenbak met veel zand (rivierzand) en weinig potgrond. Zet een
watervaste
etiket bij de stekken, zodat u
straks nog weet wat wat is. Als de stekken aan de groei zijn kunt u
ze
omstreeks begin mei buiten afharden op een
vorstvrije plaats.
Vanaf half mei kunnen de
stekken uitgeplant worden op de kweekbedden of in de border.
Vermeerderen via
knoldeling
Dit plaatje geeft een
uitstekend beeld van hoe een Dahliaplant vermeerderd kan worden door
deling
of scheuring.
![]()
Bij deze wijze van vermeerdering moet u er altijd voor zorgen
dat er per af te snijden of scheuren
knoldeel per deel een stuk van de oude kraag meekomt.
Uit dat deel ontwikkelen zich
later de stekken.
Knollen alleen geven dus geen stekken let daar dus goed op! Het aantal planten, dat u door deze vermeerdering wijze verkrijgt, hangt dus nauw samen met de
structuur van de wortelstok van een plant.
Hoe meer knollen een plant heeft, hoe meer delen u kunt afnemen die straks weer zelfstandig op zullen
groeien.
Deze wijze van vermeerdering is vooral bedoeld en interessant voor het verkrijgen van meer planten,
die men kweekt via de knol zelf.
Tot slot nog een bijzonderheid voor het vermeerderen van knollen via stek of deling. Dahlia zaden
geven dus allemaal andere planten. Vermeerderen via knol of
stek levert in principe dezelfde soort
planten. Het variabele van de
Dahlia zit hem dus vooral in de
zaadvermeerdering. Zij het dat variaties
via de stek of de knol toch weer maar dan sporadisch voorkomen.
Dit zijn de zogenaamde mutanten op
een soort. Meestal zit de
grootste wijziging dan in de bloemkleur.
Ziektes en plagen
De Dahlia heeft twee grote
vijanden en dat zijn te weinig water, waardoor de ontwikkeling
remt of stopt
en te veel water, waardoor ziektes in het gewas kunnen
ontstaan.
Te weinig water zal tot gevolg hebben, dat de planten en bloemen niet goed ontwikkelen. Dat kan zeker
niet de bedoeling zijn.
U wilt straks immers thuis bloemen in de vaas of meedoen met een inzending bij een tentoonstelling
van Dahlia's.
Als er sprake is van te weinig water, dan is dat meestal een gevolg van de natuurlijke omstandigheden.
Weinig regen en een lange periode van warm weer zal de voorraad
beschikbaar water voor de Dahlia's
snel uitputten.
Gevolg
geen groei meer en zelfs verbranding zal het gevolg zijn. Dahlia's geplant op hoge gronden en
in erg luchtige gronden
zullen daar veel last van hebben. Het is dus zaak water bij te
geven. Doe dat
niet meer dan eens in de
week maar dan goed en het liefst 's morgens. Het verdient de
voorkeur de
bedden te bevloeien in
plaats van de hele plantenmassa nat te maken. Als de Dahlia's te nat de nacht in
gaan dan loopt u een ferme
kans op een aantasting van schimmels.
![]()
Veelal zullen van onderuit
bij de plant vlekken op de bladeren ontstaan. Deze zijn het gevolg
van
sporen van schimmels die in de grond huizen. De vlekken ziet u
steeds terug op het oudere blad.
Om dit proces
enigszins tegen te gaan kunt u de
planten direct bij de grond en onder het lage blad
bespuiten met een Fungicide. Veel kwekers
gebruiken daarvoor Daconil 500 of Baycorflow
of verwante producten. Dat
spuiten dient u bij aantasting om de 10 dagen te herhalen. Dit tot
3 of 4
keer toe.
U bent dan grotendeels van
de schimmels af en houdt dan toonbare bloemtakken. Als u vaak op
dezelfde plek Dahlia's kweekt, dan heeft u er vaak elk
jaar last van.
Begin dan met het bespuiten
zodra de planten iets aan de groei zijn en spuit ook de omliggende
grond
mee.
Te veel water geven heeft nog een nadeel. Door het alsmaar water geven zullen de meststoffen
grotendeels uit de grond
spoelen, waardoor de planten later in de problemen komen. De
ontwikkeling
gaat remmen en de bloemen gaan tekort
komen.
Ook zullen de planten dan gemakkelijker ziektes oplopen en aangetast worden door ongedierte als luis. Als u toch veel water geeft geef dan de planten ook extra voeding! ![]()
Op deze foto ziet u het
effect van struiken en bomen dicht bij Dahlia's.
De twee voorste rijen Dahlia's hebben aan de linkerzijde duidelijk last van concurrentie. Niet alleen de
voeding en water worden
deels weggetrokken maar ook de lichtinval is verminderd,
waardoor de
planten achter blijven bij
de rest.
Als u Dahlia's dicht bij bomen of struiken plaatst, dan dient u er dus rekening mee te houden dat u
problemen krijgt met de
ontwikkeling van de planten.
Dahlia's kweken voor de tentoonstelling doe je dus het liefst op open grond zonder al te veel
concurrentie.
Een plaats in de zon
verdient de voorkeur.
Als u alleen maar Dahlia's kweekt in de border voor het gezicht en af en toe een bosje in huis, dan
speelt dat gegeven niet zo'n belangrijke rol.
![]()
Cicaden en Wantsen zijn
een paar van de grootste vijanden van de Dahliakwekers. Deze
nietige
beestjes zullen vanaf begin juni
graag een bezoekje brengen aan uw Dahliabedden.
Deze insecten vertoeven het liefst in de jonge loten en zuigen deze aan om voedsel en water te krijgen.
Het gevolg is, dat zo'n loot gaat vervormen.
Hij groeit nog wel uit tot een volwassen bloemtak maar ziet er niet uit vanwege het lelijke vervormde
blad.
Tegen dit ongedierte kunt u desgewenst bespuiten. Doe dit alleen als u er erg veel last van hebt.
Bij de plaatselijke tuincentra's en winkels zijn
voldoende afdoende middelen verkrijgbaar.
Nog zo'n vreter aan de Dahlia is de oorwurm. Dit insect komt in veel tuinen in het struikgewas voor en
kan daar vaak weinig kwaads uitrichten. Zodra hij echter in grote getale op uw Dahlia's gaat
voorkomen, dan heeft u
een probleem.
De oorwurm is namelijk bijzonder gek op bepaalde soorten Dahliablad. De Garden Wonder is zo'n
voorbeeld.
We hebben zelf in het verleden
ervaren, dat ze hem bijna geheel kaal vraten. Als dat bij u
ook het geval
is neem er dan maatregelen tegen. Zoek de nesten op en roei deze uit. Ook kunt u
bij de planten
omgekeerd wat potjes plaatsen met wat hooi,
stro of krantensnippers erin. De
oorwurmen zullen daarin
gaan huizen en
vervolgens kunt ze overdag
onschadelijk maken.
![]()
Prachtig ziet het er
vaak uit, die vlinders op de Dahlia's. Veel vlinders op uw
Dahlia's geven echter naast mooie
beelden
wat mindere zaken.
De vlinder is niet alleen mooi. Naast dat mooi zijn heeft hij nog een taak in zijn korte leven.
Voortplanten dus en
het liefst met grote hoeveelheden.
U loopt daarop een vlotte kans op een heuse Rupsen invasie op uw planten. Die Rupsen zijn niet allen dol op Dahliablad maar ook op de bloemen en vooral de uitkomende
knoppen zijn ze verzot. Bij veel beschadiging kunt u ze het
eenvoudigst 's avonds of 's nachts met de
hand wegvangen.
Dat voorkomt voor u veel narigheid en teleurstelling. Nog twee liefhebbers van de Dahlia wil ik noemen. Dat zijn de Slak en de Emelt.
Slakken zullen als ze in grote getale voorkomen uw planten
zwaar beschadigen.
Neem daar dus maatregelen tegen. Veel Emelten in de grond is ook een probleem. Als ze wat groter zijn worden het ware vreters. Ze zullen de stam van de Dahliaplant vaak helemaal ![]()
doorknagen.
Vang bij aantasting de Emelt weg
door met een schepje wat in de grond te woelen bij een
aangevreten
plant.
Als u geluk heeft, dan
vindt u zo'n grijsgroene vreetmachine, waar straks de
welbekende langpootmug
uit zal ontstaan.
Als u er een gevangen heeft,
dan mag u ermee doen wat u wilt.
Ze zijn (nog) niet beschermd.
Voor meer informatie zie de Homepage Dahlia's kweken en tentoonstellen en de Homepage van de Nederlandse Dahlia Vereniging.
|