Uit Den Haag

 

Terug naar de hoofdpagina

Deze pagina gaat over de stad 's-Gravenhage of Den Haag als u dat liever heeft.

Den Haag is ook de geboorteplaats van mijn vrouw Ria Roosenburg. Indertijd leerde ik haar kennen tijdens een cursus bij de PTT aan de Zeestraat in deze stad. Van kennismaking tot samen een huwelijk aangaan is soms maar een kleine stap. In augustus 1967 kwam daar het huwelijkse bootje aanvaren. In het gemeentehuis van Den Haag werd het huwelijk voltrokken zoals je dat zegt.

Uit dit huwelijk is in 1968 onze dochter Jolanda geboren. Die is dus inmiddels ook al getrouwd met Frans Eenjes.

Beide hebben ze twee leuke kinderen. Dat zijn Stefan en Alex in aflopende volgorde van leeftijd. Op de pagina beweegredenen en profiel ben ik daar al nader op in gegaan.

Deze pagina gaat hoofdzakelijk in op Den Haag zelf. Daar waar leuk en toepasselijk zullen op mijn vrouw slaande momenten, plaatjes en foto's worden ingepast. Voor de goede orde, mijn vrouw is geboren in de buurt van de Prinsegracht.

Bekend is daar het zogenaamde Hofje van Nieuwkoop. In haar jeugd heeft ze vele malen de paden van dit hofje doorkruist, om een kortere weg naar huis te hebben. Een foto van de binnenzijde voor de hoofdingang ziet u hierbij.

 

Het Hof van Nieuwkoop (1660) is het meest indrukwekkende Hofje van Den Haag. Rond de immense tuin staan enkele prachtige woningen. Aan  de korte zijden van het hofje staan monumentale poortgebouwen.  Het hele complex is ontworpen door de beroemde architect Pieter Post

 

Eerst maar eens een stukje van de geschiedenis van Den Haag.

 

De geschiedenis van 's-Gravenhage start met een besluit van Willem II, eertijds graaf van Holland, om een kasteel te bouwen in "Die Haghe".

Dat gebouw werd neergezet op een plaats, waar toen wellicht nog een ander stenen gebouw stond. Willem II heeft die bouw niet voltooid, maar zijn zoon Floris V maakte de bouw voorlopig af met een grote zaal. Deze zaal is tegenwoordig beter bekend als de Ridderzaal.

Daarmee werd de grondslag gelegd voor het latere Binnen- en Buitenhof, maar ook voor het latere dorp "Die Hage"

 

In de 13e eeuw behoorde een groot deel van het Westland, Loosduinen en Den Haag tot het ambtsgebied van Monster. Toen een begin werd gemaakt met de bouw van Den Haag werd een splitsing gemaakt in Haag-ambacht en Half-Loosduinen.

 

Rond de jaren 1278 tot 1280 werd het gebied rond het kasteel losgemaakt van het "Grote Ambacht van Monster", waartoe het gebied oorspronkelijk behoorde. Het werd daarna een zelfstandige parochie en kreeg als "Haagambacht" een eigen college van schepenen. In dit college trad de rentmeester van de graaf ook wel de "baljuw" genaamd  op als voorzitter. Pas in het tweede kwart van de 15e eeuw werd dit baljuwschap een verzelfstandigde functie.

Op een zandrug, waarop aan de westelijke punt een parochiekerk stond, ontwikkelde zich later op een kruispunt van wegen, die naar de Groenmarkt voerden, een woonkern. De woningen voor het grafelijk personeel en de edelen zelf ontwikkelden zich daarentegen rondom het Binnenhof en de Hofvijver.

De woonkern op de zandrug groeide in de 14e en de 15e eeuw uit tot een welvarende plaats. Belangrijk daarbij was de ontwikkeling van de lakenindustrie.                                                                              

De naam "Raamstraat" herinnert aan de tijd dat de Lakenindustrie in dit deel van de stad gevestigd was.

Die Haghe, toen nog een dorp, had al in de 14e eeuw een bloeiende lakenindustrie. De namen Voldersgracht (gedempt in de 17e eeuw) en Weversplaats herinneren ook nog aan die tijd.

Volders waren mensen die schapenwol zo weefden dat er karakteristieke viltige doeken (lakens) ontstonden. Deze lakens werden te drogen gehangen op grote houten 'Ramen' in 'Raamvelden'. Dat gebeurde dus waar nu de Raamstraat is. De Haagse Lakenindustrie bereikte haar hoogtepunt in 1470. Daarna verloor Den Haag terrein ten opzichte van andere Hollandse Steden (zoals Leiden).

In het midden van de 17e eeuw was de Lakenindustrie vrijwel geheel uit Den Haag verdwenen.

In 1370 verleende Albrecht van Beieren aan de bewoners van het dorp "Die Haghe" zekere voorrechten. Dit betekende tevens de eerste vermelding van Den Haag in een oorkonde.

Omstreeks 1400 begint de naam 's-Gravenhage op te duiken. Albrecht bewoonde het Binnenhof tot zijn dood. Het bleef daarna de residentie van Willem VI en deels ook van Jacoba van Beieren.

Karel de Stoute heeft er in de periode 1462 tot 1464 ook enige tijd geresideerd als stadhouder voor zijn vader Filips.

Tijdens enige periodes hebben de stadhouders van Maria van Bourgondië, Filips de Schone, Karel V en Filips II het Binnenhof ook regelmatig bewoond.

In de 16e eeuw raakte het dorp in verval. Het werd in 1528 geplunderd door Maarten van Rossum en zijn trawanten.

De oudst bekende vermelding stamt uit 1276 via een zegel van Gerard van Rossum met als beroemdste Maarten van Rossum (1478-1555). Veldheer van Karel van Gelre, later in krijgsdienst van Keizer Karel  V, die hem wegens betoonde moed benoemde tot Gouverneur van Luxemburg.
Een andere daad, die hem iets minder in dank werd afgenomen was de plundering en brandschatting van Den Haag (1525). Van Rossum heeft zelfs een keer een Prins van Oranje (Renee de Chalon) opgejaagd, omdat die zijn nederlaag moest verkondigen in Antwerpen.
Maarten van Rossum word daardoor nog steeds gezien als een duivelse plaag!
Wapen: In zilver drie valken van rood.

Branden en epidemieën leidden vervolgens tot een grote ontvolking. Omstreeks 1575 werd door de stad Delft zelfs overwogen een algehele

amotie uit te laten voeren. Deze gedachte werd echter ook ingegeven vanuit strategische overwegingen.

Door tussenkomst van stadhouder Willem van Oranje werd dit gevaar echter afgewend. Middels een akte van redemptie in 1576 werd het voortbestaan van het Haagse Bos zelfs door de Staten van Holland gegarandeerd.

Sinds 1580 vergaderden de Staten van Holland en de Staten Generaal en later sinds 1588 ook de Raad van State op het Binnenhof.

Bovendien werden er het Hof van Holland en de Rekenkamer gevestigd. Vanaf 1582 kozen ook de Raden van Holland en Zeeland Den Haag uit als residentie.

De stadhouder van Holland Maurits vestigde zich in 1588 op het Binnenhof en verbleef er daadwerkelijk sinds 1609.

Vooral onder Frederik Hendrik werd 's-Gravenhage  een centrum van werkelijk schitterend hofleven.

Na het vertrek van Willem III naar Engeland in 1688 verviel de woonplaatsfunctie van de stadhouders van Holland tijdelijk

In de 17e eeuw nam de bloei toe en vestigden er zich steeds meer inwoners.

In 1747 werd het wederom de residentie van de Prinsen van Oranje.

Daarna nam de bevolking steeds verder toe. Rond 1800 telde het al bijna 50.000 inwoners.

Karel de Stoute noemde Den Haag in 1470 al een stad. Als zodanig heeft zij echter nooit zitting en stemrecht verkregen in de Staten van Holland.

Vanaf 1525 werd de plaats geregeerd door een college van schepenen en een vroedschap. De leden ervan werden elk jaar aangewezen door de stadhouder of het Hof van Holland.

In 1559 kreeg de plaats er twee burgemeesters bij en zelfs drie sinds 1591.

 

De Sociëteit van Den Haag werd in 28-4-1587 opgericht door het Hof van Holland, de Hoge Raad van Holland en West-Friesland, de Grafelijkheidsrekenkamer en het Ambachtsbestuur van Den Haag. Den Haag kende twee rechtsgebieden, het Hofgebied rond het Binnenhof, dat viel onder de jurisdictie van het Hof van Holland, en de rest van het dorp, in die tijd rond de Grote of St.Jacobskerk, met Scheveningen, dat onder het rechtsgebied het Haagambacht viel. Deze tweeherigheid leverde in de praktijk voor Den Haag veel problemen op met de rechtspraak en de belastinginning. De Sociëteit was specifiek opgericht om de problemen rond de belastinginning te vermijden Zie voor de Sociëteit de dissertatie van F.P.Wagenaar, "Dat de regeringe niet en bestaet by het corpus van de magistraet van Den Hage alleen". De Sociëteit van 's-Gravenhage 1587-1802.

 

In 1587 werd de zogenaamde Societeit van 's-Gravenhage opgericht. Deze had tot doel belasting perikelen rond de leden van de diverse hoge

colleges op te lossen. Deze instantie bleef bestaan tot 1795. In dat jaar werden drie afgevaardigden van de provisonele Raad van 's-Gravenhage toegevoegd tot de vergadering van de provisionele Representanten van het Volk van Holland. Deze instantie was de opvolger van de Staten van Holland.

In 1806 werd 's-Gravenhage door Lodewijk Napoleon verheven tot de rang van derde stad van het Koninkrijk. In 1811 verkreeg de stad zelfs de titel van "goede stad" van het Keizerrijk van Napoleon. Na de omwenteling en verdrijving van Napoleon in 1813 heeft de stad deze voorname positie immer behouden.

In de 19e eeuw nam de betekenis en ook het inwonertal van 's-Gravenhage snel toe.

Vooral in de periodes van bestuur door Willem II en koningin Sophia (de eerste vrouw van koning Willem III) werd de stad een cultureel centrum van belang.

Sinds 1948 is 's-Gravenhage in feite geen koninklijke residentie meer. Door de vestiging van het Permanente Hof van Arbritage en het Internationale Gerechtshof werd het echter een Internationaal politiek wereldcentrum.

In 1942 werd 's-Gravehage door de Duitsers officieel tot vestingstad benoemd. De langs de kust gelegen huizen werden ontruimd en deels gesloopt. Door de aanleg van tankgrachten en muren moest de stad ontoegankelijk vanuit zee worden gemaakt.

In die periode werden zeer veel regeringsdiensten naar elders overgebracht en werden 100.000 inwoners geëvacueerd.

In Den Haag kwam ook een lanceerplaats voor de V2 raketten. Daardoor gold het gedurende lange periodes als doelwit voor de geallieerde

luchtaanvallen. Ruim 50 maal werd de stad gebombadeerd.

 

Vanuit het Statenkwartier werden V2 raketten afgevuurd. Deze hadden veelal Londen als bestemming.


Er ging wel eens wat mis. Vanaf het middenpad op de Willem de Zwijgerlaan was een V2 raket afgeschoten, die terug viel en boven op de omliggende huizen terecht kwam. Dit veroorzaakte een enorme schade aan de huizen. Van het Sondercommando, dat de raket afvuurde verloren vele soldaten het leven. De getroffen huizen stonden tussen de Anthonie Duyckstraat en de van der Eyndestraat.

De vernielde huizen aan de Willem de Zwijgerlaan na een
mislukte lancering van een V2 raket.

 

 

 

Op 3 maart 1945 tijdens een groot bombardement werd het Bezuidenhoutkwartier grotendeels verwoest.

Direct na de bevrijding werd aan de hand van een door W.M. Dudok gemaakt structuurplan met de herbouw begonnen.

 

Uiteindelijk is 's-Gravehage uitgegroeid tot een werelbekend centrum van bestuur.

De huidige Eerste en Tweede kamer leiden daar jaar in jaar uit het bestuur van Nederland.

Van belang daarbinnen de zogenaamde Prinsjesdag op de derde dinsdag in September, wanneer de plannen voor het komende jaar worden ontvouwd. Niet alleen in Den haag is dat een belangrijk gebeuren. Door de invoering van de televisie kan heel Nederland dit gebeuren meebeleven. Dat wordt dan ook volgaarne gedaan.

 

Wat is Prinsjesdag?

Op Prinsjesdag spreekt de koningin in de Ridderzaal te Den Haag de leden van de Eerste en Tweede Kamer toe. Deze toespraak noemen we de Troonrede. In de Troonrede vertelt de koningin wat de regering van plan is voor het komende jaar. Volgens de Grondwet van Nederland moet er één keer per jaar een Troonrede worden voorgelezen.

'Jaarlijks op de derde dinsdag van september of een bij de wet te bepalen eerder tijdstip wordt door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven.' (Art. 65)

Hoe komen we aan de naam 'Prinsjesdag'?

Meer dan 200 jaar geleden was Prinsjesdag de naam voor de viering van de verjaardag van stadhouder Prins Willem V. Dat feest was op 8 maart. In die jaren was er een ruzie tussen mensen die van de familie van Oranje af wilden en mensen die er juist heel erg van hielden. De laatste groep, de Oranjegezinden, maakte van die verjaardag een groot feest. Waarschijnlijk heeft men daarom de dag van de opening van de Staten-Generaal ook prinsjesdag genoemd.

 

Waarom op een dinsdag?

Zoals boven staat vermeld staat de dag vermeld in de Grondwet. Hoe komt die daar terecht?

We moeten daarvoor terug naar het begin van de negentiende eeuw. In 1815 besloot men dat de Volksvertegenwoordiging moest bestaan uit twee kamers. Soms vergaderden de twee kamers samen. Eén van de redenen was het aanhoren van de Troonrede. Oorspronkelijk had men daarvoor de eerste maandag in november gekozen. Er werd toen overigens nog niet elk jaar een Troonrede voorgelezen. Omdat men november laat in het jaar vond verschoof men de dag later naar de derde maandag in oktober.

In 1848 kreeg Nederland zijn eerste echte grondwet en werd besloten om elk jaar een Troonrede te houden. Men koos toen voor de derde maandag in september. Dat vonden veel mensen een slechte dag. In die tijd was men nog zeer christelijk. Dat betekende dat veel mensen op zondag niet mochten werken of reizen. Om dan op maandag op tijd in Den Haag te zijn werd dus een probleem. In 1887 werd dan ook besloten om de Troonrede voortaan op de dinsdag uit te laten spreken.

 

De Ridderzaal

De troonrede wordt gehouden in de Ridderzaal. Het gebouw werd rond 1280 gebouwd in opdracht van graaf Floris V van Holland. Vandaar uit bestuurde hij zijn land. Daarna werd het gebouw tot in de zeventiende eeuw gebruikt voor allerlei belangrijke bijeenkomsten. Daarna werd het eigenlijk verwaarloosd. Er kwamen marktkraampjes in en men organiseerde er loterijen. Aan het begin van de negentiende eeuw was het een soort kazerne en verpleegde men er gewonde soldaten.

Pas aan het einde van de negentiende eeuw is men het gebouw gaan restaureren. Het was koningin Wilhelmina (de grootmoeder van Beatrix) die er in 1904 voor het eerst de Troonrede kon voorlezen.

 

Wat gebeurt er nu precies?

De koningin  komt rond halftwee aan bij de Ridderzaal. De leden van de regering, van de Eerste en Tweede Kamer en andere belangrijke mensen zitten dan al op hun plaats. Iedereen weet van tevoren waar hij of zij moet zitten. Zij zitten allemaal met hun gezichten naar de twee tronen die op een verhoging zijn neergezet. De koningin en een andere vertegenwoordiger van het Koninklijk Huis gaan daarop zitten. Beatrix op de mooiste, want zij is het belangrijkst.

 

De Rijtour

Als de klok één uur slaat komt de koninklijke familie uit het Paleis Noordeinde. Beatrix en de tweede vertegenwoordiger van het Koninklijk Huis stappen in de Gouden Koets, de anderen in gewone rijtuigen. Onder begeleiding van militairen wordt dan een route gereden die de koningin naar de Ridderzaal moet brengen. Die route is in de loop van de jaren veranderd. Doordat de Gouden Koets tegenwoordig niet meer door de poort tussen Buitenhof en Binnenhof kan, wordt er omgereden. Als de koningin op het Binnenhof is aangekomen wordt het volkslied, het Wilhelmus, gespeeld.

 

De Troonrede

Zoals al gezegd: de koningin leest ieder jaar de troonrede voor. Maar wat is die 'Troonrede' nu precies?

De koningin leest de Troonrede voor, maar ze schrijft hem niet zelf. Dat doen de ministers gezamenlijk. Iedere minister schrijft over zijn eigen 'terrein' een verhaal. Dat betekent dat de minister van Verkeer en Waterstaat over de plannen voor nieuwe wegen kan schrijven en de minister van Onderwijs over nieuwe plannen om meer geld aan leraren te geven.
De minister-president maakt van al die verhalen één verhaal. Hij probeert het ook zo begrijpelijk mogelijk te maken.
De 'Troonrede' is dus een verhaal van de regering.
Als de koningin klaar is met voorlezen wordt er 'Leve de koningin!' geroepen. Daarna vertrekt de koningin weer, terug naar het Paleis Noordeinde. Tenslotte verschijnt de koninklijke familie op het balkon om naar de mensen te zwaaien.

 

Het koffertje

Een tweede belangrijke gebeurtenis begint om 15.00 uur. Dan komt de minister van financiën naar de Tweede Kamer. Daar biedt hij de 'miljoenennota' en de 'Rijksbegroting' aan. Die stukken zitten in een koffertje.

Het is een gewoonte die in 1906 is begonnen. De minister van financiën vertelt dan bij het aanbieden van de begroting in het kort hoe de regering denkt de plannen, die de koningin heeft voorgelezen te gaan betalen.

Den Haag heeft naast de bestuurlijke functie echter veel meer te bieden.

De alom aanwezige monumentale gebouwen laten een stukje van de cultuur zien.

Wat dacht u van het Vredespaleis, Het Binnenhof, De Hofvijver, De Gevangenpoort, Het Buitenhof en ga zo maar door.

Het oude centrum van de stad heeft wat dat betreft  zeer veel monumentale en van een rijke geschiedenis voorziene gebouwen te bieden.

Daarnaast herbergt Den Haag en de omliggende gemeentes ook veel attractieve zaken binnen hun grenzen.

Van belang zijn daarbij:

Het Panorama van Mesdag, Madurodam, het Zuiderpark, het Malieveld, het Omniversum (hierin is tevens het Planetarium nieuwe stijl in opgenomen), het Scheveningse Bos, Scheveningen, het Kurhaus, het strand en de pier van Scheveningen. Den Haag was van ouds ook de stad van de vele Hofjes, waarin armen en misdeelden een goed

onderkomen wisten te verwerven. Niet voor niets heet Den Haag ook de Hof(jes)stad.

Dichtbij Den Haag vindt u het vermaarde Duinrell in de gemeente Wassenaar.

Dit park staat garant voor vele uren plezier voor u en de kinderen.

 

Den Haag heeft ook een schitterend centrum, waar vele kooplustigen uit heel Nederland graag een dagje vertoeven.

 

De geschiedenis van het Omniversum grijpt terug tot het oude planetarium dat Den Haag van 1934 tot 1976 gehad heeft. Daar kon men kennis nemen van de sterrenhemel en de bijzondere verschijnselen die zich daar voordoen. Centraal in dat planetarium stond de Zeiss projector, die nu als museumstuk in de hal van het Omniversum staat.
In 1976 brandde het oude planetarium af en werd dit bijzondere instrument door medewerkers van het Museon gerestaureerd. Gelukkig maar, want er zijn er nog maar twee van over; de andere staat in het Deutsches Museum te Munchen. Direct na de brand werden plannen gesmeed om een modern planetarium op te richten. Dit werd het Omniversum. De korte bouwperiode (slechts 13 maanden) eindigde met de feestelijke opening van Omniversum op 7 december 1984. De open dag van 8 december werd een doorslaand succes; niet minder dan 8000 bezoekers woonden een korte voorstelling bij. Sindsdien hebben miljoenen mensen in het Omniversum genoten van de bijzondere voorstellingen.

 

De huidige stad Den haag heeft dus veel te bieden. Eigenlijk te veel om het op deze pagina weer te kunnen geven.

Bezoek daarom via het internet ook de diverse websites van en over  Den Haag. U zult versteld staan over wat u er allemaal tegenkomt.

Een heel leuke site, waarvan ik in januari 2004 kennis nam is een website uit Moerwijk in Den haag, die site is een echte aanrader voor de liefhebber van Haagse beelden, maar ook de edele dichtkunsten komen er volop aan bod.

U kunt ook deze stad zelf bezoeken en genieten van alles wat het te bieden heeft.

 

Naast het feit, dat mijn vrouw uit Den Haag komt, is het ook een gegeven, dat haar broers en zusters natuurlijk ook uit de zelfde stad komen.

In de loop der jaren zijn ze uitgezwermd over Nederland. Een broer Toon genaamd is met zijn vrouw Hannie in Rijswijk gaan wonen.

Hun kinderen Jolanda en Mira zijn inmiddels ook al het huis uit.

Elk jaar houden we een broertjes- en zusjesdag om beurten bij alle broertjes en zusjes en de aangetrouwde familie.

Dat zijn dan Jan en Lenie, die in Den Haag zelf wonen. Hun twee dochters Tonnie en Nettie wonen ook in Den Haag.

Dan zijn er Nico en Gre, die niet onaardig in Roosendaal terecht zijn gekomen. Hun zoon Bert en dochter Anja zijn ook uitgezwermd in den lande.

Last but not least zijn Ria en ik zelf dan nog van de partij.

Op 13 november 2003 werd vanuit Rijswijk een extra feestdagje ingelast vanwege de verhoging van de wederzijdse pret.

Van die gelegenheid hebben we gelijk gebruik gemaakt om even bij Scheveningen langs te wippen.

Na dit uitstapje ging het richting Rijswijk om deel te nemen aan het etentje, dat uiteindelijk in Boskoop in een Chinees restaurant genaamd de

"Gouden Wok" plaats vond. Het is daar gezellig toeven en het eten is er prima. Om de spijsvertering wat op gang te houden dient u de smikkelpartij zelf op te scheppen. ter plekke wordt de gewenste combinatie door de koks klaargestoomd. Of zeg je dat anders?

Van het hele gebeuren ziet u hieronder een fotoimpressie.

De nadruk ligt dan vooral op het educatieve deel van het bezoekje aan  Den Haag, Scheveningen en Rijswijk.

Voor de herkenning heb ik ook een kiekje van het etentje in Boskoop bijgevoegd.

 

Den Haag CS stationshal                                                Tramhalte bij CS Den Haag

Den Haag Malieveld aan overzijde                               Scheveningen bij de pier

Scheveningen Boulevard                                                Scheveningen ingang Oude kerk

Rijswijk Hervormde Kerk  Rijswijk Museum                                                                      Rijswijk Kerklaan

Rijswijk Kerklaan daar wordt op het raam geklopt   Boskoop wokken geblazen met de hele ploeg

 

Wordt vervolgd maar weer.

 

 

 

Terug naar het begin