|
Ruisdael Jacob Isaacsz van Landschappen en Stadsgezichten
Jacob Isaacsz van Ruisdael werd in 1627 of 1629 in Haarlem geboren. In dezelfde stad overleed hij op 14 maart 1682 en werd er ook begraven. Zijn opleiding tot kunstschilder ontving hij naar men vermoedt van zijn vader Isaac van Ruisdael, die zelf lijstenmaker en kunstschilder was. Het vroege werk van Ruisdael werd vooral beinvloed door zijn oom Salomon van Ruysdael en het werk van de Haarlemse landschapschilder Cornelis Vroom. In 1648 trad hij toe tot het Haarlemse schildersgilde, dat in die tijd grote bekendheid genoot. Uit die periode komen ook zijn vroegste werken voort.
Vanaf 1650 ondernam Van Ruisdael vaak studiereizen naar het Oosten van Nederland en het Westen van Duitsland. Rond 1655 ging Van Ruisdael in Amsterdam wonen. In 1659 verkreeg hij daar het zogenaamde Poortersrecht. Daarmee kon hij zich een vast inkomen verwerven. Zijn werk onderging een verandering, mede onder invloed van het werk van Philip Koninck. Er ontstonden brede schijnbaar vanaf een verhoging waargenomen landschappen, meestal onder een weidse hemel, waarin de wolken het aanzien van het landschap nog meer versterkten. Daartegenover verdiepte Van Ruisdael zich aan het motief van wilde bergbeken in onherbergzame duistere omgevingen. Hiertoe werd hij mede door de werken van Allart van Everdingen geinspireerd. Rond de jaren 60 ontstonden ook wat winterlandschappen met een vaak zwaarmoedig karakter. Na 1665 verbreedde hij zijn onderwerpen ook met moiréschilderijen en stadsgezichten. Een belangrijk voorbeeld uit die werkstukken is "Het Joodse Kerkhof". Na 1663 besloot Van Ruisdael zijn werkstukken niet meer te dateren. De reden daartoe is niet duidelijk. Het had wel tot gevolg, dat de chronologie in de werken verloren ging.
Hieronder ziet u wat voorbeelden van zijn vaak imposante werkstukken.
|