Rozen met en zonder doornen

 

Terug naar de hoofdpagina

Sinds mensenheugenis heeft de schoonheid van de rozen het oog van de mensen gestreeld en hun hart bekoord. De veranderingen, die de rozen van eenvoudige wilde roos uit de vrije natuur tot de bijzonder fraaie kruisingen, die we in het heden kunnen bewonderen, hebben ondergaan is op zich een interessant verhaal. Daarbij zijn beroepskwekers maar ook simpele amateurs uit vrijwel de gehele wereld betrokken geweest.

Vooreerst is het nuttig eens te overdenken wat een roos nu eigenlijk is.

Een groot aantal kenmerken onderscheidt de roos van andere planten. Zo heeft hij een stevige steel. De manier waarop de bladeren groeien is ook al kenmerkend voor de familie van de roosachtigen. De vorm van de bloemen en uiteindelijk de gevormde zaaddozen verraden ook al veel van de plant. Het vermogen om hun nakomelingen te beschermen voor onverlaten, door het aanmaken van stekels en doornen op vrijwel de gehele plant is ook kenmerkend voor de roos.

De hedendaagse soms vrijwel doornloze rozen, die u in een bloemenwinkel kunt kopen zijn een resultaat van voortdurende kruisingen

In totaal vallen ongeveer 90 plantensoorten onder de roosachtigen of Rosaceae en vrijwel allemaal dragen ze de bovengenoemde kenmerken.

De mensen hebben die roosachtigen een plaats gegeven in het plantenrijk. In de eerste plaats worden ze aangeduid onder de noemer Genus Rosa. Dat is de gebruikelijke manier om in het Latijn de plantenfamilie aan te duiden.

Daarnaast wordt elke afzonderlijke soort binnen de rozenfamilie aangeduid met een meer specifieke naamgeving. Dat gebeurt ook weer in het Latijn.

Deze tweede aanduiding is bedacht om een classificering mogelijk te maken. Deze tweede naamgeving treedt dan op de voorgrond. De Naamgeving Rosa wordt in de praktijk dan verder afgekort tot een R.

Nemen we nu een bekende roos zoals de Hondsroos, dan noemt men die in het Latijn Rosa Canina of R. Canina. Zie de foto hiernaast.

De oudste rozensoorten kennen we als planten, maar er is nog een groep uit het verre verleden, die we alleen nog terug kunnen vinden in de fossiele resten, die de aarde herbergt. Deze fossiele resten bestaan uit deeltjes van de oorspronkelijke plant, waarbij de eigenlijke plantendelen voor het overgrote deel vervangen zijn door mineralen.

In enkele gevallen is het mogelijk gebleken om vrij precies de overeenkomst vast te stellen met de bestaande rozensoorten.

Onder andere de Duitse rozenkweker Gerd Krussmann heeft een groot aantal van deze fossielen beschreven. Soms geeft deze beschrijving echter geen absolute zekerheid, dat de gevonden resten tot de rozenfamilie behoren.

De eerste vondst in de vorm van een stukje steel met een stekel werd in 1848 in Oostenrijk gedaan. Sindsdien zijn er in Europa en de rest van de wereld nog diverse vondsten gedaan. Kenmerkend is, dat de meeste vondsten uit afzettingen kwamen met een ouderdom van 3 tot 20 miljoen jaar!

Oudere aardlagen herbergen deze fossielen echter ook. Zo zijn er in mindere mate vondsten gedaan, die wel tot meer dan 40 miljoen jaar terug reiken!

Opmerkelijk is wel, dat de oorspronkelijke wilde rozen kennelijk alleen op het Noorderlijk halfrond van de aarde voorkwamen. Het stopt bij de evenaar. Kennelijk is het Zuidelijk halfrond om bijzondere redenen geen geliefde plaats geweest voor de verspreiding van de rozenfamilie in de vrije natuur.

Mogelijk heeft de noodzaak voor koele en natte weersomstandigheden, die de rozenzaden nodig hebben om tot ontkieming en wasdom te komen een rol in dit geheel gespeeld. Wellicht lag omstreeks de evenaar de fysieke grens, waar de rozen zich oorspronkelijk konden verspreiden.

Later heeft de verspreiding zich veelal door toedoen van de mens ook voortgezet naar het Zuidelijk halfrond.

 

Het verhaal gaat nu verder met de nadere indeling van de roosachtigen. We onderscheiden daarbij wat benamingen van de rozenfamilie, zoals deze in de loop de jaren als

onderscheiding van de soorten zijn aangenomen. Let er wel op, dat de oorspronkelijk genoemde soorten door natuurlijke kruisingen en kruisingen met menselijke invloed al tot vele subvormen heeft geleid.

 

*De Hulthemia (genoemd naar de Nederlandse botanist Van Hulthem). Deze subfamilie kent maar 1 soort, de R. persica, waarvan de bloemen een diep heldere kleur hebben en die een rood hart hebben. Het is een prachtige zeldzame soort, die voorkomt van Iran tot Pakistan.

 

*De Hesperrhodos (een Griekse benaming voor Westerse rozen)

Deze groep heeft drie leden. De ene heeft bleekroze bloemen en de andere twee hebben bloemen met een felle paarse kleur.

De naam is ontleend aan het feit, dat ze alleen op het westelijke deel van het Noordelijke halfrond voorkomen en wel in het Zuiden en Westen van Noord-Amerika.

Hieronder ziet u wat voorbeelden. Er is zelfs een albine (witte) vorm bij. Deze soorten vallen onder de Latijnse benaming R. stellata.

 

 

*De Platyrhodon. Ook wel zilverachtige roos genaamd.

Deze soort komt voor in China en Japan.

Hieronder ziet u een voorbeeld van de R. roxburghii

 

 

De bovenstaande soorten zijn in wezen wat primitieve vormen van de andere wilde vormen. De andere wilde vormen behoren tot de subfamilie Rosa en zijn wat verder in ontwikkeling. Die verdere ontwikkeling ligt grotendeels in het vermogen om middels kruisingen bloemen met meer bloembladen te laten ontstaan.

De onderverdeling van deze groep geschiedt in een tiental secties om wat duidelijkheid te scheppen in de rijstenbrei van de soorten.

 

*De Pimpinellifolia.

Onder deze groep valt een twaalftal soorten, die voorkomen in Europa en Azie. Allemaal bloeien ze vroeg in de zomer.

Hieronder ziet u wat voorbeelden. Opvallend is het zacht ogende blad. Het lijkt zo mals als sla. De naamgeving heeft daar grotendeels mee te maken.

 

 

*De Galliganae

Deze soort kreeg zijn naamgeving in Frankrijk. Het waren de Fransen, die de rozerode R. gallica erg bewonderden en later uitontwikkelden. R. gallica bleek uiteindelijk een heel belangrijke soort in de rozenwereld. Door kruisingen ontstonden uit de oorspronkelijke species ontelbare nieuwe vormen en kleuren.

De onderstaande foto geeft een beetje de indruk weer van de bloemkleur van de stamouder.

 

 

*De Caninae

De naamgeving heeft te maken met de flinke doornen, die deze planten dragen. Ze lijken een beetje op hondentanden.

Deze groep bevat een 30 tal soorten, die veeal lichtroze bloemen dragen. Ze bloeien voor het overgrote deel in de zomer.

Hieronder ziet u een voorbeeld van de bloeiwijze.

De bekende soorten komen voor in Europa, Noord-Afrika en West-Azie. Ze komen van nature echter niet voor in Noord-Amerika en Oost-Azie.

Dat heeft wellicht alles met de klimaatomstandigheden te maken.

 

 

*De Carolinae

Deze groep omvat een zestal soorten, die alle in Noord-Amerika leven. De meeste soorten hebben dieproze bloemen. De bloeitijd ligt vooral in de zomer.

Hieronder ziet u weer een voorbeeld.

 

 

*De Cinnamomeae

Dit is een grote groep van ongeveer 60 soorten, die voornamelijk in Oost-Azie voorkomen.

De kleuren van de bloemen lopen daar uiteen van wit, roze, paars en zelfs rood. In europa en Noord-Amerika komt de soort ook voor, maar heeft daar alleen roze bloemen.

De R. rugosa is in dit verband een belangrijke speler. Er zijn zowel wit als paars bloeiende exemplaren, die zowel in de zomer als in de herfst bloeien.

Hieronder ziet u een tweetal voorbeelden.

 

 

*De Synstylae

Deze groep omvat ruim 20 soorten, die vooral in Oost-Azie voorkomen. Het zijn over het algemeen sterke klimmers, die veelal witte, roomkleurige of roze bloemen dragen.

Ze komen ook wel in westerlijke streken voor en dragen daar de naam R. arvensis of Bosroos. Soms vindt er een verwarring plaats met de bekende Hondsroos.

In Noord-Amerika komt ook een soort voor. Deze heeft wat dieper roze tot rozerode bloemen. Hij wordt daar R. setigera of Prairieroos genoemd.

De bloeitijd ligt veelal alleen in de zomer.

Hieronder ziet u weer wat voorbeelden.

 

 

*De Chinensis

Deze groep omvat slechts twee soorten, die binnen het rozengebeuren en dan op het gebied van de tuinzrozen echter een heel belangrijke rol hebben gespeeld.

Zo heeft de R. chinensis spontanea bloemen met verkeerde kleuren aan dezelfde plant. De andere soort de R. gigantea heeft grote roze, bleekgele of lichtroze op zijde gelijkende bloembladeren.

Beide soorten bloeien een heel lange tijd vanaf de zomer tot in de herfst.

De naam geeft al deels aan, dat ze oorspronkelijk uit China komen. ]

Hieronder ziet u weer wat voorbeelden.

 

 

*De Banksianae

Deze groep kent een tweetal soorten met witte en gele bloemen.

De naam is ontleend aan de "ontdekker" van de witte varieteit, dat was Sir Joseph Banks.

De beide soorten komen oorspronkelijk uit China.

Hieronder ziet u een tweetal voorbeelden.

 

 

 

*De Laevigata

De naam is ontleend aan de glad ogende bladeren. De R. laevigata is de enige bekende soort van deze kleine familie.

Deze plant heeft roomwitte bloemen, die vroeg in de zomer aan de takken verschijnen. Deze soort komt oorspronkelijk voor in China.

Hieronder ziet u weer een foto.

 

 

*De Bracteatae

De naam is ontstaan uit het feit, dat deze species met bladeren omkranste bloemen produceert. Dit komt ook wel voor bij andere rozensoorten, maar bij de Bracteatae is dat wel erg opvallend. De R. bracteata en de R. clinophylla zijn de enige bekende soorten in deze subfamilie. Ze komen oorspronkelijk uit Zuid-Oost Azie.

De bloemen zijn roomwit. De bladeren blijven onder gunstige omstandigheden aan de planten. Ze zijn dan ook groenblijvend.

De bloeitijd is erg lang en ligt van het vroege voorjaar tot de late herfst.

Hieronder zit u een voorbeeld van de R. bracteata.

 

 

Tot zover wat beschrijvingen van de species en wat direct verwanten van deze species.

Het verhaal van de rozenfamilie gaat echter verder. Veel verder zelfs als het gaat om de soorten die wereldwijd door allerlei kruisingen werden verkregen.

Als je de bloemkleur van de bestaande species in de rozenwereld bekijkt, dan valt onmiddelijk op, dat veel soorten in de vrije natuur meestal bleke bloemblaadjes produceren. Meer dan de helft van de wilde rozen heeft witte of bleekroze bloemen, een klein deel heeft middelroze bloemen en nog een deel heeft bleekgele bloemen.

Bij elkaar is dat ongeveer 77% van het hele rozenbestand. Planten met dieproze bloemen nemen daarnaast nog eens 16% voor hun rekening. De overige 7% rest dan voor soorten met wat intensere kleurschakeringen. Dat geringe aantal soorten heeft bloemen in de kleuren diepgeel. paars, scharlaken en karmozijn.

Bezie je echter het uiterlijk van de huidige generatie rozen, dan vallen naast de meestal gewijzigde bloemvormen (veelal gevuldbloemig) ook de ontelbare kleurschakeringen direct op.

Al die nieuwe vormen van de roos zijn echter niet zomaar uit de lucht komen vallen. Er ging een eeuwendurend proces van kruisen en veredelen aan vooraf.

Voor zover bekend, werd in China het veredelingswerk van de roos voor het eerst opgepakt. Chin-Nun (2737-2697 voor onze jaartelling) en Confucius (551-479 voor onze jaartelling) waren belangrijke pioniers op dit gebied. Het resultaat ervan zijn de zogenaamde Chinese rozen.

In China werden in dat verre verleden al speciale siertuinen ingericht. Rozen waren daarbij een belangrijk onderdeel van de beplanting.

In die tijd en later werd er gewag gemaakt van de keizerlijke siertuinen. Met name keizer Wu Di (140-86 voor onze jaartelling) had een zwak voor de bekoringen van de roos. In die tijden werd vanuit China via de zogenamde zijderoute flink handel gedreven met westerse landen. Met name Italie met het machtige Rome was een belangrijk

richtpunt.

Later en dan vooral in de duistere middeleeuwen stokt deze overdracht van kennis en goederen. China raakt dan grotendeels geisoleerd en in zichzelf gekeerd.

Onder invloed van de bevolking werden veel van de soms overdadige siertuinen of parken gesloten of verkleind.

De wil om bloemen te blijven kweken en te veredelen bleef echter ondanks die lange jaren van isolatie bestaan.

Vooral de groei van het Boeddhisme gaf weer een aanzet tot het inrichten van kleine siertuinen, alwaar men tot bezinning kon komen.

De tuin van een zekere Lo-yang werd in die tijd geprezen om zijn rozen. Van de daar gekweekte variaties op de roos werden er 41 beschreven in de tijd van de Sung-dynastie (960-1276 na Chr.).

Dit eeuwenlange veredelingswerk in China heeft uiteindelijk geleid tot een gigantische hoeveelheid vormen van de roos.

De bloemkleuren omvatten wit, alle tinten roze, licht tot middengeel, abrikoos, scharlaken, karmozijn en paars. Ook zijn er tweekleurigen onder te vinden in de volgende combinaties: scharlaken/wit, roze/wit, roze/abrikoos, perzik/geel, roze/rood, roze/scharlaken en wit/lila.

Er bestaat ook een merkwaardige groene roos, die men ook wel "LűE" noemt. In feite zijn de schijnbare bloemblaadjes echter niets anders dan vervormde bladeren. De foto hiernaast geeft er en beeld van.

De reeks soorten omvat ook mosrozen, dwergrozen, breed uitbossende soorten, rechtopgande soorten en klimmende soorten.

Daarnaast werden er soorten ontwikkeld, die in staat waren een geur te ontwikkelen van licht en zoet tot zwaar en theeachtig. Ook waren vele soorten in staat langduriger te bloeien vanaf het voorjaar tot ver in de herfst.

China was echter niet het enige land, waar het edele werk van het kruisen en veredelen van rozen plaats vond.

Ongeveer 5000 jaar geleden ontstond er in een streek genaamd Mesopothami gelegen in het huidige Irak een gebied waar sprake was van gevestigde landbouw.

Uit vondsten uit die tijd blijkt, dat de toenmalige inwoners van die streek al iets met de roos op hadden.

In spijkergeshriften en op graftomben vindt men er iets van terug. Waarschijnlijk was het gebruik van het heerlijk geurende rozenwater een aanleiding tot deze beschrijvingen.

Het gebruik om aan rozenbloemen heerlijk geurende olie te onttrekken en te gebruiken voor allerlei van belang zijnde gebeurtenissen werd later in meerdere geschiedschrijvingen aangetroffen.

In die tijd was de R. gallica zeer waarschijnlijk de belangrijkste bron voor het vervaardigen van rozenwater. Ze heeft een bijzonder vermogen om de geurstoffen heel lange tijd in haar bloemblaadjes vast te houden. Daarnaast groeit de roos heel netjes en vrij compact op.

Ook en dat is van wezenlijk belang, produceert de roos een aantal weken lang bijzonder veel bloemen. Voorts kan hij tegen allerlei soorten grond.

Kortom een roos om van te houden en zelf te kweken.

Bijzonder aan deze roos is ook het feit, dat de plant veel uitlopers maakt, die in korte tijd tot een nieuwe plant zijn om te toveren.

Het is dan ook niet verwonderlijk, dat deze roos geliefd was bij vele volkeren op aarde.

Ze begint dan ook een succestocht van de Meden en Perzen tot de Grieken en Romeinen om uiteindelijk door de Moren naar Spanje te worden gebracht.

Het waren de kruisvaarders, die exemplaren van de plant naar Frankrijk brachten. Van daaruit vond hij zijn weg naar Engeland en later vele andere Europese landen.

Tot zover een deel van de voorgeschiedenis van de rozen.

Naast het feit, dat wilde rozen er meestal simpele bloemkleuren vertonen, is ook de vorm van de bloemen veeal vrij simpel.

Meestal bezitten de bloemen naast de gebruikelijke voortplantingsdelen slechts 5 bloemblaadjes. In de praktijk bleek dat systeem duizenden jaren achtereen voldoende

om insecten te lokken. Daarmee was hun voortbestaan voldoende gewaarborgd.

Als men echter, zoals bij vele plantensoorten, rozen gaat kweken, dan verschijnen na verloop van tijd uit de gewonnen zaailingen nieuwe soorten in vorm en kleur.

Wanneer de ouderplanten in voldoende mate in diversiteit voldoende aanwezig zijn, dan neemt het aantal bijzondere nieuwe planten in veelheid toe.

Normaal gesproken, zouden deze planten voor het overgote deel niet levensvatbaar blijven zonder de hulp van de mens.

De grote verscheidenheid aan soorten in de rozenwereld is dan ook grotendeels het gevolg van het eeuwenlang kruisen van diverse soorten rozen door de mens.

Overigens gebeurt de kruisbestuiving grotendeels door de insecten in de vrije natuur.

Soms is een kruisbestuiving extra opvallend door de afwijkende vorm van de rozenbottel. Zo was er in Engeland een mevrouw, die in haar kleine rozentuin een bijzondere

bottel aan een van haar rozen zag.

Uit het zaad van die bottel ontkiemde het jaar daarop nieuwe planten, waarvan tenminste ้้n exemplaar uiteindelijk een nieuwe vorm van bloemen produceerde.

De successolle roos kwam uiteindelijk in de handel en kreeg daarbij de naam "Harvest Home" (Oogst Thuis).

In feite was het slechts een aangename verbetering op de R. rugosa, maar dat ter zijde.

Deze toevallige ontdekkingen deden zich natuurlijk overal voor, waar de mens met de roos als kweekproduct bezig was.

De hoeveelheid interessante nakomelingen van de roos is dan ook gigantisch. Teveel om in deze globale beschrijving van de roos weer te kunnen geven.

Gelukkig behoeft dat ook niet en kan volstaan worden met het weergeven van een aantal succesvolle soorten, die de tand des tijds zeker zullen doorstaan met behulp van de

mens.

Hierna volgen wat beschrijvingen en foto's van diverse soorten rozen, die thans in ruime mate in de handel voor handen zijn.

De onderverdeling heeft te maken met de groeiwijze van de diverse rozen.

 

Als je een rozenplant nader bekijkt dan is de opbouw ervan veelal identiek.

De plant heeft een wortelgestel, een onderstam en daarop spruiten de takken uit. Dat spruitstuk noemt men ook wel de veredeling van de rozenplant. Elke tak ontwikkelt

vervolgens bladeren en bloemknoppen. In de oksels van de bladeren vormen zich de beginsels van de zijtakken, die op zich hetzelfde kunstje willen uithalen als de hoofdtak.

Dat is het produceren van bloemen en uiteindelijk de nakomelingen in de na bestuiving ontwikkelde bottels.

De mate van het vermogen om bloeiende zijtakken te produceren bepaalt grotendeels het uiterlijk van de rozenplant.

In die zin is er een onderverdeling te maken die er als volgt uit kan zien.

 

*Bodembedekkende rozen

Dit zijn in feite half struikrozen en half klimrozen. Ze hebben als eigenschap zeer compact en laag bij de grond te groeien. Ze zijn daarom uitstekend geschikt voor de aanplant in bijvoorbeeld een rotstuin.

In de handel zijn diverse soorten verkrijgbaar. Hieronder een tweetal foto's van geschikte soorten.

Het zijn Bonica 82 en Rosy Cushion.

 

 

*Damascene rozen

Deze groep rozen is vooral bekend vanwege de mogelijkheid om met behulp van bloembladen heerlijk geurende parfums te maken.

Vroeger noemde men dat rozenwater, dat bij allerlei feestelijke gelegenheden werd gebruikt. Veel soorten zijn nakomelingen van de R. rugosa.

Hieronder ziet u wat voorbeelden. Het zijn foto's van Kazanlik en Louise Odier.

 

 

*Doornloze rozen

Dit is een variant van de laatste tientalle jaren. Door strenge selectie is men er uiteindelijk in geslaagd vrijwel doornloze rozen te produceren.

Als voorbeeld ziet u hieronder een tweetal foto's van de soorten Reine des Violets en Kathleen Harrop.

 

 

*Geurende rozen

Bijna alle rozen produceren normaal in meerdere of mindere mate een geur. Dit doen ze om insecten naar de bloem te lokken.

De mens is er door selectie in geslaagd een scala aan bijzonder geurende rozen te produceren.

Als voorbeeld ziet u hieronder de foto's van Glamis Castle en Mary Rose.

 

 

*Klimrozen of leirozen

Het woord klimmen is bij rozen wat verwarrend. In feite zijn ze niet echt in staat om te klimmen. Door de aanmaak van zeer lange twijgen zijn ze echter uitstekend in staat

hun bloemenpracht hoog in de lucht te produceren. Met een beetje steun kunnen ze meters hoog worden.

Klimrozen zijn echt planten om ze zelf te bezitten. In de handel zijn vele soorten verkrijgbaar.

Hieronder ziet u een drietal voorbeelden. Het zijn Albertine, Bantry Bay en Guirlande d'Amour.

 

 

*Meerkleurige rozen.

Bijzonder aan deze soorten is het feit dat de bloemen meerdere kleuren bezitten. Men noemt het ook wel "Floribunda rozen"

Hieronder ziet u twee foto's van de soorten Austrian Copper en Little Artist

 

 

*Miniatuurroosjes en dwergroosjes.

Dit zijn de kleine broertjes uit de klas. Door selectie is men erin geslaagd zeer compact en laag groeiende vormen te laten ontstaan. In feite zijn het kleine struikroosjes.

Men noemt dit deels ook wel "Patiorozen". Hieronder ziet u foto's van Paul Crampel en The Fairy.

 

 

*Mosrozen

Dit soort rozen stamt rechtstreeks af of is ontwikkeld vanuit de Centifolia- en/of de Damacener rozen.

Rond de stengels en de knoppen hebben ze een soort mosachtige begroeiing. Deze mosachtige begroeiing heeft soms een bijzondere geur.

Van de plant zelf moet u het niet hebben, want het zijn over het algemeen tamelijk slechte groeiers. De geur vergoedt echter veel.

Hieronder ziet u een foto van William Lobb, die een fantastische geur verspreid tijdens de bloei.

 

 

*Muskusrozen

De rozen in deze groep hebben de bekende muskusgeur als gemeenschappelijk kenmerk en zijn meestal doorbloeiend. De bloeiwijze is als van de trosrozen, namelijk in schermen of waaiers, maar de planten zijn forser. Geschikt voor bloeiende heggen of in borders.

Hieronder ziet u wat voorbeelden. Het zijn Kathleen en Cornelia.

 

 

 

*Rozenbottelrozen

Dit soort rozen is uitstekend geschikt voor de productie van rozenbottels, die gebruikt kunnen worden in salades, vruchtensappen etc. Deze soorten worden deels beroepsmatig door kwekers aangeplant voor verkoop aan de conservenindustrie. Rozen produceren allemaal de bekende bottels. Slechts een deel van de soorten maakt echter bottels aan, die geschikt zijn voor consumptie. Het gaat dan om het vlezige omhulsel, waarin de zaden verpakt zitten. Wachtend op een eetlustige voorbijganger,

die de zaden na de consumptie verder verspreidt in de naaste en verre omgeving van de plant. Het juiste type bottels bevatten een hoog vitamine gehalte.

Met name de R. rugosa en haar vele nakomelingen zijn befaamd om hun vlezige bottels.

 

 

*Stamrozen

Dit zijn in feite struikrozen, die op een goed groeiende onderstam van een andere soort rozen zijn gent. Men noemt dit ook wel occuleren.

Als entmateriaal gebruikt men struikrozen, maar ook bodembedekkende en/of klimrozen. De laatste tijd worden echter meerdere vormen als entmateriaal gebruikt.

In de praktijk zijn deze gente planten vaak nogal vorstgevoelig. Het beste kan men voor de winter de takken deels terugsnoeien en de struik vanonder de veredeling

flink maar toch luchtig inpakken. Pas op dat de veredeling aan de plant niet verstikt. Dan is het middel erger dan de kwaal.

De stamhoogtes vari๋ren van 40 cm tot 180 cm. Miniatuurrozen staan meestal op een lage stam, klimrozen worden op een stam van 120-180 cm gezet. Er ontstaat dan een soort treureffect.

Als voorbeeld ziet u hieronder een foto van Dorothy Perkins, die ook veel als stamroos wordt toegepast. Op de foto ziet u de plant als klimroos.

 

 

*Theehybriden en grootbloemige rozen

Theehybride rozen zijn ook bekend als grootbloemige rozen. Kenmerk van deze groep is dat elke steel slechts 1 tot 3 bloem(en) vormt. Er is een grote keuze qua kleur, geur, hoogte en bloemvorm. Ze zijn te gebruiken als borderroos, perkroos of in kleine groepen. Veel soorten zijn geschikt voor gebruik als snij-roos in de vaas.

Hieronder ziet u wat foto's van zomaar wat theehybriden.

 

 

*Trosrozen of perkrozen en heesterrozen

Dit zijn in feite struikrozen, die meerder bloemen aan een tak produceren. Ze zijn erg geschikt voor het invullen van flinke vakken in de grotere tuinen.

Hieronder ziet u wat foto's van trosrozen als voorbeeld.

 

 

Tot slot wil ik u nog een wat bijzondere rozen tonen, die afwijken van de rest door de bijzondere kleur van de bloem.

Het zijn de groene roos en de bijna zwarte roos.

Min of meer bekende namen zijn:

Green Planet, Emerald, Lemonade en Cream Aroma.

Met enige moeite hieronder toch nog een foto van 10 groene rozen op vaas.

Overigens heeft deze soort knalharde bloemen. Je mag je dus afvragen of de bloemen wel echte bloemen zijn en niet alleen een verbetering op de eerder getoonde groene Chinese roos.

Veel maakt mij dat trouwens niet uit. Het kost wel wat centjes, maar dan heb je ook wat.

 

 

Dan de zwarte roos.

Echte zwarte rozen heb ik tot op heden nog niet kunnen ontdekken. Een foto van een knop van Black Lady komt al een beetje in de richting.

Foto's van nog zwartere soorten kunt u onbeperkt bij mij kwijt.

 

 

In juni 2004 heb ik eens wat foto's van wat rozen in de directe omgeving van ons huis gemaakt.

Een deel ervan ziet u hieronder.

 

                                               

 

               

U ziet het rozen zijn overal en ook dicht bij huis te bewonderen.

Met het bovenstaande verhaal wordt u deels wegwijs gemaakt in de wereld van de rozen. Het verhaal is slechts een kleine weergave van wat de roos ons te bieden heeft.

Op het internet kunt u zich verder verdiepen in dit fenomeen.

Aan u is de keus en de kans om er eens nader kennis mee te maken. Rozen kweken is wellicht ook voor u een aangename en vooral natuurlijke hobby.

 

 

Terug naar het begin