|
Park Oog in Al Utrecht
De geschiedenis van het park Oog in Al in Utrecht begint in het jaar 1666. Het verhaal start met het plan van de aanleg van de Leidsche Rijn. De aanleg van de Leidsche Rijn (1663-1665) was een onderdeel van de grootse uitbreidingsplannen van Moreelse. De jonker Everard Meyster kocht in 1666 een stuk grond in een knik van de Leidsche Rijn om de ontwikkelingen te kunnen volgen. Hij stichtte hier een landgoed en noemde het Oog in Al. Het verschafte zicht op de stad en zijn geplande uitbreidingen. De uitbreidingsplannen stokten echter al snel, in de periode 1833-1840 werd het buitenhuis verbouwd en kreeg het landgoed zelf het aanzien van een landschapspark.
Het buiten van Everard Meijster op een kaart uit 1757, na zijn overlijden. Nummer 19, gemarkeerd met de rode pijl. (Bron: C.C.S. Wilmer 'Buitens binnen Utrecht', 1982)
Met deze gebeurtenissen was het park Oog in Al een feit. Het park zelf is thans een onderdeel van de wijk Oog in Al in Utrecht. Hieronder gaat de ontstaangeschiedenis daarvan er wat verder op in. Het terrein waarop Oog in Al is gelegen, behoorde sinds de twaalfde eeuw tot de ‘Trechter Weijde’ een stadsweide van Utrecht. De Vletsloot verdeelde het gebied in de Lage Weide, waarop nu het gelijknamige industrieterrein is gevestigd, en de Hoge Weide. Daar stichtte jonkheer Everard Meyster, bijgenaamd ‘de dolle jonker’ in de zeventiende eeuw een landgoed. Aangezien hij verwachtte vanaf deze plek een goed uitzicht te hebben op de door Hendrik Moreelse geplande stadsuitbreidingen aan de oostkant van Utrecht, noemde hij zijn landgoed Oog in Al. Aan het einde van de negentiende eeuw veranderde het gebied met de komst van het Merwedekanaal dat de Leidsche Rijn kruiste ter hoogte van het landgoed. Aan deze nieuwe waterweg vestigde zich, even noordelijk van het landgoed Oog in Al, de Stichtsche Olie- en Lijnkoekenfabriek, een kasteelachtig fabrieksgebouw dat er -overwoekerd door silo’s en moderne uitbreidingen- tot op de dag van vandaag te vinden is.
Een toekomst als buitenstedelijk gebied leek daarmee voor Oog in Al beklonken.
Toch besloot de
Gemeente het terrein in 1918 aan te kopen om er woningen te realiseren voor de
betere middenstand. Deze groep, waarvoor alleen geschikte woningen te vinden
waren in de omgeving van het Wilhelminapark, dreigde namelijk uit Utrecht weg te
trekken. Met de realisatie van de moderne tuinwijk die Berlage en Holsboer in
hun eerste plan uit 1920 tekenden, werd daarom al meteen in 1921 begonnen. De
grond werd opgehoogd, het voormalige buitenhuis werd ingericht als theehuis en
het bestaande landschapspark werd uitgebreid. Dit park vormde ook het
uitgangspunt voor het stratenplan dat hier vandaan in een regelmatig patroon
uitwaaiert. Op de kaart van Utrecht is de plattegrond meteen herkenbaar, Oog in
Al is dan ook de enige plek waar de plannen van Berlage en Holsboer ongewijzigd
zijn uitgevoerd. Woningbouwvereniging ‘Buiten Thuis’ realiseerde hier ruime middenstandswoningen van hoge kwaliteit. De vormgeving van de woningen sloot aan bij de smaak van de doelgroep en het landelijke karakter van de omgeving. De blokken van architect Klaarhamer, evenals de andere woningen in dit gebied uitgevoerd in baksteen en voorzien van schuine daken, onderscheiden zich door hun heldere vormgeving met ruime vensters en stalen vensterprofielen. Rietveld realiseerde in 1931 nog een avant-gardistisch blokje woningen aan de Robert Schumanstraat. Toch bleef Oog in Al een nogal geïsoleerd gebied. De enige verbinding met de stad was de brug naar de Keulsekade die vanwege het drukke scheepvaartverkeer vaak open was. Deze opvallende brug, bestaande uit twee sluizen, een basculebrug en een ophaalbrug, ligt hier nog altijd en herinnert aan de bloeiende scheepvaart op het Merwedekanaal. Oog in Al werd voor de Tweede Wereldoorlog nog uitgebreid met een partieel uitbreidingsplan in de noordwestelijke hoek. Na 1945 werd de rest van Oog in Al volgebouwd met etagewoningen en zijn diverse scholen, een kerk en het Victor Hugo Plantsoen toegevoegd.
Met de beelden hieronder wordt u wat nadere duidelijkheid geschapen. Ze hebben alle te maken met de boververmelde teksten.
Zo mogelijk worden later nog beelden toegevoegd
|